Overweging

Maar hier - in deze psalm - keert de vraag naar God en de relatie met de ellende in ons bestaan onverkort terug. De vaderen hebben de kinderen verteld van Gods grote daden. Dat niet hun zwaard of hun kracht hen van hun vijanden hebben bevrijd, maar dat dat God was en God alleen. Maar het zijn wel oude verhalen van lang geleden. Het is niet de werkelijkheid die de kinderen nu ervaren. Zij worden door God uitgeleverd aan hun vijanden. Zij worden voor niets verkocht. Zelfs God wordt er niet rijk van, stelt de psalm. ‘Heel de dag’, zo luidt de meest woedende exclamatie, ‘heel de dag worden wij vermoord om U. Beschouwd als kleinvee voor de slacht’. Israël heeft zo vaak in deze omstandigheden verkeerd dat het onmogelijk is om uit te maken over welke historische situatie het nu precies gaat. Maar het is vandaag eveneens amper mogelijk om niet te denken aan al die situaties, ook hier in Amsterdam, waarin inderdaad joden opgehaald en vermoord werden, als betrof het kleinvee voor de slacht.

We lezen een woedende psalm. Een psalm die zich openbaar afvraagt waar God blijft. De psalmist laat zich ook niet afschepen met mijn slappe verhaaltje over menselijke verantwoordelijkheid. Die hebben zij genomen. Zij hebben zich gehouden aan alle geboden van de Heer. Van hun kant van het verbond hebben zij niets nagelaten. Het is de Heer die slaapt. Het is de Heer die niet thuisgeeft. Hier heeft de psalm iets van Job. De man die eveneens weigert te geloven dat er ook maar iets van zijn kant is dat aanleiding geeft tot zijn ellende.
Het is een psalm die mij bevalt. Misschien wel meer dan de welwillendheid die vandaag God en religie ten deel valt. Het is de woedende eis om gerechtigheid. Die eis zou niet alleen de mens wakker moeten houden, maar ook God. En als beiden opstaan, dan gebeurt er wat. 

Evert Jan de Wijer