Overweging

De oorlog staat op uitbreken. De boog gespannen en de speren hoog geheven. De strijdwagens in slagorde. En wat moet je dan? Wat zou je daar nou als klein mannetje of vrouwtje tegen in willen brengen?

En nu roept de psalmist niet op tot bewapening, tot een preemptive strike. Op een cruciaal moment in deze psalm klinkt een in dit genre zelden gebruikt woord: ‘Laat af’, ‘laat gaan’. Het roept op tot ontspanning, tot het letterlijk ontballen van de vuist. De route van de psalmen is een andere route. Het is de route van de rust. Maar op grond waarvan? De psalmist kan niets anders verzinnen dan dat de Allerhoogste in een merkwaardige vaste burcht huist. Vandaaruit zal Hij de oorlogen doen rusten en de bogen verbreken. De God die Israël belijdt is de God van het gebroken geweertje. Zo zal het zijn en dat doet onze hand als vanzelf ontspannen. Laat de wateren maar kreunen en schuimen. Wij weten van een lieflijk beekje waar het goed toeven is.

Evert Jan de Wijer