Overweging

Het is precies tegenover deze evidenties dat de aangevochten Job protesteert. Zijn vrienden houden hem het soort wijsheden van psalm 37 voor. Een rechtvaardig mens lijdt toch niet? De boosdoener wordt toch weggevaagd zoals ceders vallen? Hoog en fel haalt Job uit. In zijn leven is het niet zo gegaan. De boosdoener staat sterk. De rechtvaardige vervloekt de dag dat hij was geboren. 

Een kerkganger kwam naar mij toe. De dienst was mooi geweest, daar niet van. Maar dat ‘De Heer niet loslaat wat zijn hand begon’, daarvan had hij de laatste tijd bitter weinig gemerkt.

Deze psalm is in de mond gelegd van koning David. Ik stel me zo voor op zijn oude dag. Hij heeft een allesbehalve aangeharkt leven geleid. Het was beslist geen ABC’tje. De kou is blijvend in zijn botten getrokken en buiten voltrekken zich Shakespeariaanse koningsdrama’s. Zijn leven was geen geordend bestaan maar hij hoopt erop. Hij spreekt het ABC uit van verlangen en vertrouwen. Ooit komt het goed.


 

Evert Jan de Wijer