Overweging

Een column van Frits Abrahams in de keurige NRC brengt mij naar de site van GeenStijl waar ik normaliter natuurlijk nooit kom. Daar circuleert een filmpje van een paar jaar terug waarin de aanslagpleger voorkomt. Een toegegeven, veel te bloot gekleed meisje vraagt willekeurige voorbijgangers op de Oudegracht wie de schuld heeft van deze veel te slechte zomer. Ze mogen kiezen tussen absurde antwoorden waaronder: ‘Geert Wilders’. Het is onschuldig, vermakelijk en alle voorbijgangers doen vrolijk mee. De aanslagpleger en zijn vriend verschijnen. Al voordat zij haar eerste vraag kan stellen, zijn zij uit op krenking. Ongehoord agressief. Zij trekken de microfoon uit haar handen. Zij is kennelijk een democraat want veel te bloot en je kunt haar billen zien. Ze is duidelijk niet ‘sharia’ schreeuwt de aanslagpleger. Het meisje houdt dapper stand in vriendelijkheid en aangeleerde gevatheid. Maar in haar ogen is paniek te lezen en ze is niet ver verwijderd van haar tranen.

Wij zijn niet meer gewend de vraag naar God te verbinden met maatschappelijke gerechtigheid. Wie naar God dorst, zoekt mystieke eenwording. De weg naar binnen. Voor de psalmist is dat onbestaanbaar. Als God zich meldt, is er een einde aan een volk zonder vriendschap. Is er ontkoming aan de man van bedrog en schurkerij. Om hem meer dan dat toe te dichten, zou naar mijn inzicht te veel eer zijn. De dorst naar God wordt pas gelest als alle meisjes veilig zijn, er niets loos is in de tram en zich in de politiek geen makelaars in angst bevinden.

Evert Jan de Wijer