Overweging

De psalmist weet het niet meer. Hij wordt fel ondervraagd. Er zijn valse getuigen. Zij, om wie hij zich vroeger als een broeder en een moeder in hun leed bekommerde, vallen hem nu aan. Ruiken zijn zwakte en ellende en maken zich op voor het doodvonnis. De psalmist staat moederziel alleen.

Hij kan zich niet voorstellen dat God dit niet ziet. En hij roept hem aan als getuige. In de psalm ontkomen we niet helemaal aan het idee dat God er ook wat van schrikt. Wakker schrikt, zelfs. Hij moet opstaan en de psalmist te hulp komen. Ontwaken en wakker worden voor zijn rechtszaak. God moet opkomen voor zijn rechtsgeding. En gaandeweg de psalm blijken er meer getuigen te zijn. Onvermoede mensen die zich verheugen en wie zijn rechtvaardiging behaagt.

God lijkt hier op die Zweedse studente die onlangs bleef staan in het vliegtuig dat een uitgezette asielzoeker terug zou sturen naar een gevaarlijk land, waardoor het vliegtuig niet kon vertrekken. Of eigenlijk bevindt God zich onder dat voetbalteam dat in datzelfde vliegtuig, na enige aarzelingen, ook op ging staan. En is de psalmist die jonge vrouw.

Evert Jan de Wijer